GroentenFruit Huis

Reisverslag uien-workshop Panama

Geplaatst op 5 juni 2018

Door GroentenFruit Huis is de laatste jaren, samen met ketenpartners en de Nederlandse overheid, veel tijd en energie gestoken om nieuwe markten te openen voor de Hollandse ui. Panama is er daar één van die een groeiend volume uien afneemt. Vorig seizoen werd in de periode week 29 tot en met week 5 van 2018 een kleine 15.000 ton uien geëxporteerd, oftewel ruim 500 ton per week. Gijsbrecht Gunter, voorzitter van de Holland Onion Association (HOA) bezocht van 16 tot 20 april jl. Panama in het kader van een kennisuitwisselingsprogramma in samenwerking met de Nederlandse ambassade in Panama. Onderstaand een verslag van zijn bezoek.

Steeds vaker heeft de Hollandse ui te maken met importbeperkingen vanuit de brede waaier exportbestemmingen. Naast importtarieven, een beperkte importperiode of importlicenties, spelen fytosanitaire aspecten, voedselveiligheid, , traceerbaarheid, certificering en gewasbeschermingsmiddelenresiduen een steeds belangrijkere rol. Daarnaast moet de Hollandse ui uiteraard blijven voldoen aan de bekende, maar zeer belangrijke kwaliteitsvoorwaarden zoals kleur, huidvastheid, hardheid en spruitrust. Enerzijds worden de alsmaar complexere voorwaarden als lastig ervaren, anderzijds is het een kans om op in te spelen en maatwerk te leveren als Hollandse uienketen.

Soms is de importbeperkende maatregel werkelijk agronomisch van aard, maar vaak spelen politieke belangen een rol, zoals het beschermen van lokale teelt. Nederland heeft daar begrip voor en wil een betrouwbare handelspartner zijn die bouwt aan duurzame langjarige relaties zonder de interne markt te verstoren of mee te werken aan dumping. Immers, het verstoren van markten levert uiteindelijk alleen verliezers op. De combinatie van exportmarkten openen en inlandse economische ontwikkeling stimuleren gaat steeds vaker hand in hand en blijkt een succesvolle aanpak. Soms zijn er naast agronomische aspecten allerlei andere lokale belangen die een rol spelen en in feite niets met de eigenlijke importmaatregelen te maken hebben. Dan is het goed om daarover in gesprek te gaan met de lokale overheden. Zeker wanneer er onderliggende handelsverdragen tussen de landen liggen die een vrije handel borgen.

Op bezoek bij een lokale uienteler die bezig was zijn oogst over te sorteren en in balen te doen voor transport naar de lokale markt

Bottom line geldt dat wanneer de wereldbevolking de komende jaren groeit naar 10 miljard mensen (2017: 7.6 miljard) die gemiddeld 15 kilo uien (2017: 12 kilo) per hoofd van de bevolking eten, er 150 miljoen ton uien nodig zijn, die op een beperkt – en in rap tempo afnemend – landbouwareaal geteeld moeten worden. Dat betekent dus een kleine verdubbeling van de huidige wereldproductie richting 2050. De vraag is hoe Nederland als exportland efficiënt en onderscheidend uien kan blijven leveren naar alle uithoeken van de wereldbol.

Uien naar Panama exporteren vereist een investering. Exporteurs moeten geregistreerd zijn, uien moeten aan hoge kwaliteitseisen voldoen en aan inspectie onderworpen worden en bovendien moeten de uien binnen 120 dagen na de oogst verkocht zijn op de lokale markt. Deze zogenaamde 120-dagen regel geldt momenteel voor zowel geïmporteerde uien alsook de binnenlandse productie.

Tijdens het eerste bezoek aan de Panamese voedsel- en warenautoriteit (AUPSA) werd duidelijk dat de kwaliteit van de Hollandse ui over het algemeen uitstekend is en Nederland ook de zogenaamde 120-dagenregel nakomt. Ook bij andere exporterende landen zoals Chili en Amerika wordt intussen serieus aangedrongen om te voldoen aan deze eis. We hebben aangegeven de regels uiteraard te respecteren en vonden het fijn te vernemen dat de exporterende Nederlandse bedrijven zich ook aan afspraken houden. Tegelijkertijd hebben we benadrukt dat de 120 dagenregel in feite geen relatie heeft met de kwaliteit van de Hollandse ui zoals door sommigen in Panama wordt beweerd. Immers, meer dan honderd andere landen waarderen en consumeren de Hollandse ui ook na 120 dagen volop zonder enige problemen. 

Ook hebben we verschillende onderzoeksinstellingen, een universiteit en landbouwschool bezocht om te spreken over de Panamese uienteelt, bewaring en verwerking. Samen met het Ministerie van Landbouw (MIDA) zijn we verschillende dagen op pad geweest en hebben lokale boeren bezocht. Hieruit constateerden we dat er vijf hoofdoorzaken zijn die verklaren waarom de Panama boer zo’n verschil ervaart tussen de Hollandse en Panamese oogst.

Een klas toekomstig landbouwkundigen die bijgespijkerd werden over de Hollandse uienteelt

Allereerst is het in Nederland een gegeven dat uien een vrij gewas is dat soms onder de kostprijs verhandeld wordt. Uien maken onderdeel uit van een totaal bouwplan en het rendement van een vrij gewas zoals uien moet over 3 tot 5 jaar worden gemiddeld. De Panamese boer ziet zichzelf vooral als producent die van mening is dat de overheid een kostprijstekort moet bijpassen of uien uit de markt moet nemen tegen een ruime vergoeding. Bij sommigen heerste de gedachte dat de Hollandse uienteelt zwaar gesubsidieerd wordt, hetgeen niet het geval is en geïllustreerd is middels een indicatieve kostprijsberekening voor de Hollandse uien.

Naast de rol van de teler en overheden zijn de hoge vaste teeltkosten een bottleneck. Omdat de Panamese boer met zogenaamde ‘transplanted onions’ werkt die eerst gezaaid en later opnieuw uitgeplant worden, de teelt erg arbeidsintensief is, er veel water nodig is en vaak gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden liggen de vaste kosten op tien- tot twaalfduizend dollar per hectare. Dat is ruim twee keer zo hoog dan in Nederland.

Daarbij komt ten derde dat de opbrengst juist zo’n twee tot vier keer lager ligt, afhankelijk van de teeltregio, wat samen met het tweede punt de kostprijs al doet stijgen met een factor vier tot acht in vergelijking met de Hollandse uienteelt.

Panamese uienteler trots bij zijn gerooide product

Ten vierde speelt dan mee dat de geoogste uien forse ‘post harvest losses’ kennen en daarom binnen een week op de lokale markt verkocht moeten zijn. Netto ligt de opbrengst per hectare dus nog lager. Daarbij is het geen uitzondering wanneer uien in die week twee of soms wel drie of vier keer gesorteerd moeten worden op gebreken. Dat scheelt niet alleen opbrengst, maar brengt ook hoge kosten met zich mee.

Tenslotte is de kwaliteit van de (korte dag)uien die uiteindelijk lokaal verkocht wordt totaal niet te vergelijken met de kwaliteit van de Hollandse ui. Deze laatste omstandigheden maken dat tijdens de oogst de prijs soms drastisch daalt vanwege een dwingend aanbod.

Tijdens de veldbezoeken en de workshops zijn allerlei praktische maatregelen besproken. Variërend van adviezen over het voorkomen van zonnebrand, de ontwikkeling van fusariumschimmels bij hoge temperaturen in combinatie met irrigatie door middel van bevloeiing, het belang van het resterend stukje loof aan de uienbol om schimmelziekten te voorkomen en het droogproces te bevorderen tot teeltmethoden om bijvoorbeeld tweedejaars plantuien als uitgangsmateriaal te gebruiken in plaats van de huidige transplanted uien. Ook mechanisatie, het belang van gewasrotatie en de beschikbaarheid van voldoende zoet water kwam regelmatig aan de orde. Kortom, veel onderwerpen zijn de revue gepasseerd waarmee men in Panama praktisch aan de slag kan, waar nodig en nuttig in samenwerking met de Nederlandse uienketen.

Uiteindelijk blijven de Hollandse uien vanwege de zogenaamde ‘zeer lange dag’ fysiologische eigenschappen, de constante kwaliteit en efficiënte teelt en verwerking ongeëvenaard. Maar desalniettemin liggen er tal van mogelijkheden om de teelt van de inlandse uien te verbeteren, al dan niet in combinatie met andere agrofood producten waardoor er, samen met de logistieke mogelijkheden van het Panama Kanaal, kansen liggen voor meer handel en een toegevoegde waarde voor alle partijen. De voormalig Minister van Landbouw die we op zijn grote farm bezochten bood aan te willen helpen om proeven aan te leggen op zijn terrein, liefst in samenwerking met Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen zoals Wageningen UR.

Samen met de Ambassadeur Dirk Janssen en Minister van Landbouw Eduardo Carles werd een goed bezochte workshop georganiseerd en ingegaan op de bevindingen tijdens het eerdere bezoek in 2016. De inhoudelijke presentaties en open discussie leidden ertoe dat veel feitelijke onduidelijkheden weggenomen konden worden en er interessante voedingsbodem ontstond om verder te werken aan een wederzijdse landbouweconomische ontwikkeling en daarbij de export van Hollandse uien te continueren zonder de lokale boeren het brood uit de mond te stoten.

Ambassadeur Dirk Janssen, President Juan Carlos Varela, Gijsbrecht Gunter en Minister van Landbouw Eduardo Carles

In de nationale pers en op social media werd aandacht besteed aan het werkbezoek en tijdens de opening van de La Feria Internacional de Azuero kregen we de gelegenheid om met de President van Panama Juan Carlos Varela te spreken over de relatie van beide landen en natuurlijk de uienteelt in beide landen. Voor de leden van de HOA volgt een rapportage van bevindingen en er wordt gewerkt aan een vervolgbezoek.